Ingesloten tussen de bergketens van de Grote en Kleine Kaukasus, was de regio een geopolitiek knooppunt dat steeds het stempel droeg van andere machten en culturen. Ondanks deze invloeden ontwikkelden zich hier culturen en talen die zich tot de huidige dag gehandhaafd hebben. Georgië, Armenië en Azerbeidzjan zijn de landen in de zuidelijke Kaukasus die deze culturen en talen herbergen.

Wat de Kaukasus betreft berust de waarneming in het Westen voornamelijk op stereotypen als “wild”, “gevaarlijk”, “trots” en “barbaars”. Men ziet de regio als een lappendeken. Dit construct is een resultaat van een westerse zienswijze waarvan de wortels ver in het verleden liggen. Historisch, cultureel, economisch, religieus, etnisch en politiek, in al deze opzichten is de regio gelaagd en vol facetten.